In 1982 zei dokter Van der Mast, de revalidatiearts van de Meteoriet, dat het goed voor me zou zijn als ik ging roeien.
Een jaar daarvoor was de Stichting Gehandicaptenroeien in Dordrecht opgericht, ik was dus een van de eerste roeiers. Ik heb toen leren roeien van André van der Bunt en Jan Derks.

In het begin roeide ik op woensdagavond omdat ik overdag werkte. Het is een tijd gestopt omdat er geen vrijwilligers genoeg waren, maar later kon ik gelukkig weer roeien. Nu ik boven de 60 ben heb ik een seniorendag en kan ik overdag roeien. Ik word nu ongeveer 3 jaar begeleid door Max.
Het liefst roei ik buiten. Ik hoor alles wat er om me heen gebeurt. Als je onder de brug doorgaat met al die auto’s die eroverheen rijden is het net of er muziek uit komt: boem-bóem, boem-bóem, boem-bóem…… Ik luister ook graag naar de vogels en het geluid van de riemen als die tegelijk het water ingaan. De jaarlijkse roeitocht in de Biesbosch vind ik altijd heel leuk.

Het is prettig om ook goed te kunnen roeien als het slecht weer is. Als we niet naar buiten kunnen, krijg ik binnen conditietraining. Max helpt mij om in de roeibak te gaan zitten en zet de klok naast zich. We werken een schema af dat ik inmiddels helemaal in mijn hoofd heb. We beginnen met een warming-up van 10 keer 15-45, dat betekent 5 halen in15 seconden en daarna 45 seconden rust. Dan start de echte training en wordt het tempo opgevoerd, van 6 keer 24-36 (8 halen in 24 sec.+36 sec. rust) tot 45-15 (15 halen in 45 sec.+15 sec. rust). Tot slot is er een cooling-down van 5 keer 15-45. Max houdt de klok in de gaten en tijdens het roeien tellen we hardop. Ik heb bijna nooit spierpijn achteraf.

Ik ga donderdags ook nog naar het gehandicaptenzwemmen. Ik zou niet kunnen kiezen tussen die twee sporten, ik houd het dus maar op woensdag roeien en donderdag zwemmen.

Interview Jan Kweekel
Liesbeth Harrewijn, 13 februari 2013